Zoeken

Brrum
Marie-Louise Richards
Triënnale Brugge 2018

Triënnale Brugge 2018: Liquid City | Vloeibare Stad haakt in op het thema van 2015, waarbij werd nagedacht over de stad als een megapolis. Alleen werd er in 2018 nog een stapje verdergegaan: hoe flexibel, vloeibaar, weerbaar kan een historische stad als Brugge zijn in een tijd waarin niets nog zeker lijkt? De wereld verandert snel. Gevestigde gedachten en leefvormen staan onder druk. Wat brengt de toekomst?

Triënnale Brugge nodigde internationale kunstenaars en architecten uit om hierover na te denken. Velen zochten voor hun werk inspiratie in de rol van het vloeibare dat de stad letterlijk doorkruist en omringt. Het water, dat Brugge ooit zijn wereldfaam bezorgde, werd een metafoor voor Liquid City. In de binnenstad werden vijftien kunstwerken, installaties en ontmoetingsplekken opgebouwd. Ze vormden een gastvrij parcours dat mensen op onverwachte plekken samenbracht.

Curatoren: Till-Holger Borchert (°1967, Hamburg, DE), Michel Dewilde (°1963, Gent, BE)

Triënnale Brugge 2021

Met het thema TraumA dook Triënnale Brugge 2021 in de ‘uncanny’ geschiedenis en realiteit van Brugge. Historische lagen werden blootgelegd, vergeten of verborgen verhaallijnen besproken. Deze editie verkende de dunne lijn tussen droom en trauma, tussen paradijs en hel. Het thema speelde in op de verbeelding, op de pracht en de praal, maar ook op het ‘unheimliche’ dat er latent steeds in de stad aanwezig is.

Triënnale Brugge 2021: TraumA bracht aan de hand van dertien artistieke en architecturale installaties de verborgen aspecten van een stad naar boven en liet ze deel worden van de beeldvorming van de stad. Met een parcours van sculpturale, architecturale en organische creaties kwamen de installaties tegemoet aan een viering van de veelzijdigheid en beweeglijkheid van deze stad. Tussen privé en publiek. Tussen droom en nachtmerrie. Het parcours in de publieke ruimte werd aangevuld met een verdiepende tentoonstelling in de Poortersloge: De poreuze stad. Waar nog eens meer dan 40 Belgische en internationale kunstenaars hun werk tentoonstelden, geïnspireerd door of passend bij het thema TraumA.

Curatoren: Till-Holger Borchert (°1967, Hamburg, DE), Santiago De Waele, Michel Dewilde (°1963, Gent, BE), Els Wuyts (°1976, Oudenaarde, BE)

Triënnale Brugge 2015

Elk jaar bezoeken meer dan vijf miljoen mensen de stad. Wat als zij er ook zouden blijven wonen? Wat als een beschermde historische plek als Brugge plots zou uitgroeien tot een megapolis?

Dit fictieve scenario brengt tal van mogelijkheden en uitdagingen met zich mee. Kan een kleinschalige stad de dynamiek van een miljoenenstad aan? Maar ook omgekeerd: kan een stad op mensenmaat iets bijdragen aan een nieuwe vorm van stedelijkheid? Dat was het uitgangspunt van Triënnale Brugge 2015.

Achttien internationale kunstenaars gingen met dit gegeven aan de slag. Ze creëerden nieuw werk dat te zien was in een kunstenparcours in de Brugse binnenstad. Ze stelden vragen en reflecteerden over de toekomst en het potentieel van de stad, over verstedelijking, burgerschap, wonen en samenleven, economie, energie, ruimte en klank, de waarden die ons sturen. Drie tentoonstellingen toonden het concept ‘stad’ – in visies, dromen en reële beelden – als een levend, groeiend en evoluerend organisme.

Curatoren: Till-Holger Borchert (°1967, Hamburg, DE), Michel Dewilde (°1963, Gent, BE)

Triënnale Brugge 1968

Brugge zet al meer dan twintig jaar sterk in op hedendaagse architectuur in harmonie met de bestaande stadskern. Zo opende het Concertgebouw in 2002 zijn deuren. Meer recent opende het BMCC (ontworpen door het Belgische architectuurbureau META, samen met Pritzker Prijs-winnaar Eduardo Souto de Moura) en in 2026 zal ook BRUSK zijn deuren openen voor het publiek. Maar de aandacht voor hedendaagse kunst en cultuur borrelde al veel vroeger op, ook in de hoofden van schepen Fernand Traen en auteur Paul de Wispelaere. Zij richtten daarom in 1957 het Onafhankelijk Cultureel Forum Raaklijn op.

Onder deze impuls werd in 1968 door toenmalig burgemeester Pierre Vandamme de Eerste Triënnale voor Plastische Kunst in België geopend. Met een groots opgezette tentoonstelling kregen hedendaagse, Belgische kunstenaars, waaronder klinkende namen als Marcel Broodthaers, Jef Geys, Panamarenko en Roger Raveel, een platform naar het grote publiek.

Ondanks goede bezoekerscijfers – 12.851 personen bezochten de tentoonstelling – werd de Eerste Triënnale voor Plastische Kunst in België ook bekritiseerd vanuit verschillende hoeken. Zo uitte de lokale pers regelmatig onbegrip voor sommige kunstwerken, in het bijzonder werd Grande Casserole de Moules van Marcel Broodthaers geviseerd. Maar ook vanuit de kunstwereld klonk kritiek, vooral op de selectie van kunstenaars en de manier waarop deze verliep. Deze verontwaardiging mondde uit in een ware tegen-tentoonstelling genaamd Kontra-Punt die opende op dezelfde avond als de triënnale. Ook bij die tentoonstelling werd gewerkt met een selectie van kunstenaars waardoor er plannen ontstonden om nog een expositie te organiseren met de tweemaal geweigerde kunstenaars. Deze expositie is uiteindelijk niet doorgegaan.

Zo zorgde de Eerste Triënnale voor Plastische Kunst in België voor een kleine aardverschuiving in het Brugse cultuurlandschap en legde de basis voor de edities erna.

Triënnale Brugge 1971

Drie jaar na de allereerste editie werd in 1971 de Tweede Triënnale georganiseerd in de Brugse Stadshallen. Het opzet bleef ongewijzigd, namelijk een actueel overzicht bieden van de beeldende kunst in ons land. 84 Belgische kunstenaars toonden er hun werk. Conceptuele kunst kreeg er een groter platform en de kunstenaars zelf werden niet meer opgedeeld volgens artistieke stroming.

De grootste blikvanger van deze triënnale bevond zich echter niet in de Stadshallen maar op de Brugse reien. Roger Raveel maakte vier houten zwanen, elk met een vierkante doorkijk en plaatste deze in het water ter hoogte van de Rozenhoedkaai. Men ging er eerst van uit dat de zwanen louter een publiciteitsstunt voor de triënnale waren, maar de eigenlijke bedoeling van Raveel was het aankaarten van de slechte kwaliteit van het water in de reien. Dit zette het Brugse stadsbestuur aan tot de sanering van de reien, wat uiteindelijk zou leiden tot het eerste zwemplatform aan de reien tijdens Triënnale Brugge 2015. Of hoe een tijdelijke installatie de aanzet kan zijn voor duurzame verandering in de stad.

De tentoonstelling verplaatsen naar het openbaar domein is een idee dat al in 1971 ontstond, zo sprak Roger Raveel toen de profetische woorden “Waarom laat je die tentoonstelling niet uitdeinen tot in de stad en in de huizen?”. Het zou nog tot 2015 duren voor dit idee werkelijkheid zou worden maar ondertussen is Triënnale Brugge niet meer weg te denken uit de openbare ruimte.

Triënnale Brugge 1974

De derde editie van de triënnale in 1974, passend getiteld Triënnale 3. Informatieve tentoonstelling van hedendaagse kunst in België, was in een paar opzichten een breuk met de vorige twee edities. Zo ging de tentoonstelling niet door in de Stadshallen, maar wel in de minder centraal gelegen Beurshalle. De keuze voor dit nieuwe gebouw – met aanzienlijk meer ruimte dan de Stadshallen – had ook te maken met het ietwat aangepaste concept van de triënnale. Waar vroeger alle kunstwerken in een open expositieruimte werden tentoongesteld, kregen de kunstenaars nu elk een eigen ruimte die ze konden inrichten naar eigen voorkeur. Daarnaast werden in de Beurshalle ook een kinderopvang, jeugdatelier, documentatiecentrum en cafetaria voorzien. 

Ook het aantal deelnemende kunstenaars werd teruggebracht tot 44, maar wel nog steeds met enkele vaste waarden zoals Marcel Broodthaers, Panamarenko en Roger Raveel. Daarnaast werden ook een aantal jonge, opkomende kunstenaars gekozen om hun werk voor te stellen.  

Deze derde editie was de voorlopig laatste. Hoewel er plannen waren voor een vierde editie in 1977 met internationale ambities, heeft deze niet plaatsgevonden. Het zou uiteindelijk duren tot 2015 vooraleer de triënnale opnieuw werd georganiseerd.  

Triënnale Brugge 2024

Na drie edities waarbij Triënnale Brugge zich richtte op thema's als de stad als megapolis, de Vloeibare Stad, en Brugge tussen droom en TraumA, werd tijdens deze editie de focus gelegd op de toekomst. In een Unesco-beschermde erfgoedstad als Brugge, waar behoud centraal staat, rijst de vraag hoe concepten als duurzaamheid en verandering kunnen worden geïntegreerd. Hedendaagse kunst en architectuur werden tijdens TRIBRU24 ingezet om nieuwe kaders te scheppen voor deze uitdagingen.

De afgelopen jaren hebben mondiale crisissen de druk op wonen en werken verhoogd en onze samenleving op scherp gezet. Dit tijdperk van bewustwording vraagt om nieuwe manieren van denken en slimmer omgaan met middelen, om welzijn en duurzaamheid te waarborgen. De publieke ruimte speelt hierin een cruciale rol als plek voor beweging, ontmoeting en creativiteit, ook in Brugge, een stad die balanceert tussen historisch erfgoed en moderne uitdagingen.

Met Triënnale Brugge: Spaces of Possibility werd gezocht naar het potentieel van Brugge door (inter)nationale kunstenaars en architecten uit te nodigen om de morfologie van de stad te herinterpreteren. Ze richtten zich op on(der)benutte plekken in Brugge, met als doel nieuwe sociale, ecologische en stedelijke verhaallijnen te creëren. Deze tijdelijke installaties bevroegen de status quo en nodigden het publiek uit om de stad vanuit een vernieuwd perspectief te beleven, in lijn met de missie van Triënnale Brugge als platform voor experiment en toekomstgerichte ideeën.

Curatoren: Shendy Gardin en Sevie Tsampalla

From the series Brick Farm
De vogelnesten van de Argentijnse kunstenaar Adrián Villar Rojas behoren tot de reeks From the series Brick Farm. De titel verwijst naar het moment dat zijn team, in een baksteenfabriek in Rosario, nesten vond van de rode ovenvogel.